
|
 |
DCI lopen: "Ik ben nu een veel betere muzikant"
Aug 28, 2010
|
Drie West-Vlaamse jongeren (Maarten Deschacht, David Dewyn en Thomas Claesen) toerden deze zomer mee met Amerikaanse drum corps. Maandenlang repeteren van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat, duizenden mijlen werden afgelegd en alle drie haalden zij de World Class Finals. Geert Vanmaeckelberghe interviewde Thomas Claesen die deze zomer de eer te beurt viel om tenors (multi-tom, quint) te spelen bij Santa Clara Vanguard.
Hoezeer verschillen deze Amerikaanse bands van de Europese korpsen?
De meeste Europese korpsen zijn – of ze dat nu graag horen of niet – meer te vergelijken met marching bands. Ten eerste omdat veel korpsen hier ook houten blazers in hun bezetting hebben.
DCI schrijft een leeftijdslimiet voor: spelende leden mogen op 31 mei van het seizoen in kwestie niet ouder zijn dan 21 jaar. In Europa heeft geen enkele organisatie een dergelijke regel. Dat maakt DCI zo uniek: iedereen zit in dezelfde leeftijdscategorie (de gemiddelde leeftijd is 19 jaar). In Europa houden veel verenigingen een zomerstop, maar in Amerika vinden het merendeel van de repetities en praktisch alle optredens plaats in de zomer. Dit is waarschijnlijk de voornaamste reden waarom drum & bugle corps zo’n hoog niveau bereiken. Niemand heeft outside disctractions zoals school of werk. Iedereen is op tour, de hele zomer, en hoeft zich alleen zorgen te maken om drum corps.
De opgave is zeer groot, vanwaar haal je de motivatie?
Het is mijn droom. Dat is mijn belangrijkste motivatie. Sinds ik in november 2000 lid geworden ben van Jong WIK (Oostende), wilde ik in een drum & bugle corps spelen. Doorheen alle jaren en in elke muziekvereniging waar ik lid van was, heb ik steeds dat doel voor ogen gehouden. Een droom waarmaken, dat is het mooiste wat er bestaat. Zonder mijn drum corps droom zouden mijn jeugd en puberteit er anders uitgezien hebben en zonder mijn ervaringen de afgelopen zomers zou ik nu niet dezelfde zijn. Ik ben het aan mezelf verschuldigd. En aan de mensen die me altijd gesteund hebben, op de eerste plaats mijn ouders, instructeurs en medemuzikanten.
.
Wat waren de moeilijkheden om dit te realiseren?
De grootste moeilijkheid voor mij en waarschijnlijk de reden waarom velen hun drum corps dromen niet realiseren, is om drum corps te combineren met school. Als je over vliegt voor een camp moet je sowieso minstens twee dagen school missen. Het verschil in zomervakantie brengt ook een groot probleem: het drum corps seizoen valt samen met de Amerikaanse schoolvakantie, die eind mei al begint. Dan beginnen wij pas met examens. Dit laatste probleem los ik als volgt op: ik doe mijn vakken van het tweede semester onmiddellijk in tweede zit. Dat vraagt een enorme discipline: zodra ik terug in België was, moest ik beginnen studeren.
Een bijkomende moeilijkheid is op tijd voor genoeg geld zorgen. Om de drukte van school, werk, oefenen en vliegen te verlagen, heb ik besloten om zolang ik drum corps doe, half tijd te studeren.
Wat was je taak binnen het korps?
Onze corps director omschreef onze drie voornaamste taken als volgt: “your music, dots [coördinaten van wanneer we waar precies op het veld staan] and where your luggage is.” Onze tourstaf en vrijwilligers zorgen voor bijna al de rest.
Verder hebben de meeste leden ook 'tour jobs': één iets extra waarvoor jij moet zorgen zodat het corps goed kan functioneren. Een heel belangrijke tour job is water crew: zorgen dat het corps water heeft voor tijdens de pauzes. Hydratatie is zeer belangrijk, vooral tijdens de uitdagende inspanningen in hete en vochtige klimaten. Mijn tour job was bus loader: de bus laden en lossen wanneer we resp. een plek verlaten of wanneer we ergens toekomen.
(Foto: Natalie Duffy)
Wat heb je hier nu van opgestoken en wat wil je daar mee doen?
Ten eerste ben ik een veel betere drummer - ik durf zelfs zeggen: veel betere muzikant dan ik voordien was. Elke zomer leer ik ongelofelijk veel bij. Dat kan ook bijna niet anders; als je iets voor 12 uur per dag doet, 3 maanden aan een stuk, dan word je gewoon beter. Ook in marcheren en marcheertechniek boek ik elke zomer veel vooruitgang.
Naast muziek maken en een show opvoeren, benadrukt SCV ook bepaalde waarden zoals toewijding, traditie en respect. Je moet ook leren samenleven met allerlei soorten mensen, en niet alleen leven met hen, maar ook samen werken om je product te verbeteren. Op elk moment. Als je er niet op elk moment voor gaat, dan steekt de competitie je voorbij.
Verder kom je in drum corps ook de beste instructeurs tegen die er in de wereld te vinden zijn - voor onze discipline. Vaak hebben ze zelf al jaren speelervaring, velen van hen hebben een diploma in muziek en de meesten geven ook les aan high schools en eventueel indoor drum lines. Hun gehoor is zeer fijn afgesteld en ze hebben honderd manieren om iets uit te leggen zodat de vooruitgang een drum line (en drum corps) nooit stagneert. Je leert er nieuwe manieren van lesgeven kennen.
Het is mijn doel om mijn kennis met de jongere generatie marching drummers te delen. Ik geef les bij Kameleon Percussie (Oostende) en DrumSpirit percussion ensemble (Dadizele) en ben van plan om te blijven lesgeven, inclusief clinics en workshops.
Kan je ons iets meer vertellen over de showproductie van dit jaar?
Onze show heette dit jaar 'Bartók' (naam van een Hongaarse componist) en was een arrangement van zijn “Concert voor orkest” en “Muziek voor strijkers, percussie en celesta”. Ons design team wou een show brengen die trouw bleef aan zijn muziek en hoe hij zijn muziek bedoelde. De visuele interpretatie (drill en choreografie) is heel apart.
Hoe hebben jullie gepresteerd tijdens de zomerwedstrijden?
We zijn zevende geworden. Dat betekent dat we op finals night gespeeld hebben, voor zo’n 40.000 toeschouwers in het Lucas Oil Stadium in Indianapolis. Dat gevoel is onbeschrijfelijk. Er is enorm veel energie te voelen op het veld, die laatste avond, wanneer we onze show voor de laatste keer brengen. Die energie hebben we kunnen combineren met een zeer goede focus, wat gezorgd heeft voor een product waar ik enorm trots op ben.
Zijn er grote verschillen in de Amerikaanse samenleving in vergelijking met Europa?
Een paar relevante verschillen tussen de Amerikaanse en de Europese samenleving zijn de volgende. Afstanden zijn relatief. In de V.S. is alles groter en een autorit van bv. vijf uur daar wordt ervaren zoals wij een autorit van, zeg maar, een uur zouden ervaren. Heel wat leden van Vanguard wonen in Zuid-California, wat betekent dat ze voor een repetitie soms 5 tot 6 uur rijden. We hebben ook veel Texanen, die een paar uur moeten vliegen om op een repetitie te geraken. Dat vinden die Amerikanen eigenlijk allemaal vrij normaal.
De Amerikaanse jeugd verwacht, heb ik toch de indruk, in het algemeen meer van het leven dan de Belgische jeugd. Ze hebben grotere dromen, grotere plannen. Tijdens de week gaan ze overdag naar school, werken ’s avonds, en doen muziek tijdens het weekend. Dat moeten ze dan nog eens combineren met huiswerk en oefenen. Zo gaat het toch dikwijls. In België is het vaak al te veel gevraagd om een wekelijkse repetitie van 2 uur lang bij te wonen en af en toe eens te oefenen.
Interview: Geert Vanmaeckelberghe
(Foto: Sheree Schletzer)
Discuss this story | Previous page
|
|
 |

|